Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.13. De invulling van het begrip "noodzakelijk", als bedoeld in art. 1:261 lid 1 BW, wordt in belangrijke mate bepaald door jurisprudentie van het EHRM. Het behoeft geen betoog dat de uithuisplaatsing van de minderjarige een inmenging van het openbaar gezag is in het familie- en gezinsleven van de moeder in de zin van art. 8 EVRM. De vraag is dus of deze inmenging, die bij de wet is voorzien (art. 1:261 BW), in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De eis dat de uithuisplaatsing een geoorloofd doel dient vormt hier geen punt van discussie: het hof heeft in de rov. 3 - 8 het belang van de minderjarige voor ogen gehad. Het gaat in dit geschil om de vraag of de inmenging van de overheid in het family life een dringende maatschappelijke behoefte ("pressing social need") dient en in een redelijke verhouding staat tot het doel dat daarmee wordt nagestreefd(20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 23653 tot 24676.