Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.14. De enkele omstandigheid dat het kind bij de uithuisplaatsing beter af is dan wanneer hij bij zijn eigen ouder(s) blijft wordt door het EHRM niet beschouwd als een voldoende "pressing social need". In een reeks uitspraken heeft het EHRM de nadruk gelegd op het belang van de tot family life gerechtigde ouders om het contact met hun minderjarig kind te behouden of te herstellen, zij het dat aan de nationale autoriteiten enige margin of appreciation wordt gelaten(21). Vanuit de kring van kinderbeschermers wordt gewaarschuwd dat het belang van de ouders onder omstandigheden strijdig kan zijn met het belang van het kind, bijv. wanneer een jong in een pleeggezin geplaatst kind zich heeft gehecht aan de feitelijke opvoeders en een abrupte terugkeer naar de eigen ouders of een voortdurende onzekerheid over de toekomstige verblijfplaats schade toebrengt aan de evenwichtige ontwikkeling van het kind. In dit verband wordt gewezen op het Verdrag inzake de rechten van het kind(22). Op 7 augustus 1996, NJ 1998, 324 (Johansen/Noorwegen), overwoog het EHRM (rov. 78):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 24715 tot 25800.