Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0872.

2.18. Of onderdeel 2 zou slagen wanneer de Hoge Raad aan een beoordeling daarvan toekomt, hangt mijns inziens af van het antwoord op de vraag, hoeveel ruimte de Hoge Raad aan de feitenrechter wil laten voor een waardering van de omstandigheden en de invulling van het begrip "the best interests of the child" uit de geciteerde EHRM-jurisprudentie. Wordt de nadruk gelegd op "consistent with the ultimate aim of reuniting the natural parent and the child", dan zal de rechter moeten aangeven wat er gedaan is of nog gedaan kan worden om een terugkeer van het kind naar de ouder(s) te bereiken, resp. waarom een voor de hand liggende of ter terechtzitting aan de orde gestelde mogelijkheid ter bevordering van een terugkeer van het kind naar de ouder(s) niet wordt benut. Van Wijk heeft in haar aangehaalde bijdrage(26) geconcludeerd dat het EHRM de rechten van ouders bij kinderbeschermingsmaatregelen a priori zwaarder laat wegen dan de rechten van kinderen. Dat is iets te sterk uitgedrukt maar het is waar, dat het EHRM in de aangehaalde jurisprudentie veelal het recht van de ouder(s) op omgang tot uitgangspunt neemt, met dien verstande dat omstandigheden denkbaar zijn waarin dit recht moet wijken voor een zwaarder wegend belang van het kind.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbaa4a6330d6081eb803719c0ef0ef851a65ba0f75085cc7c9106bb063c33e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 28749 tot 30011.