Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1185.

In HR 4 maart 1935, NJ 1935-681 was de vraag aan de orde of ondanks de afspraak van twee mededaders om een geldkistje weg te nemen, de wegneming als voltooid kon worden beschouwd met het uit een kast nemen van dat kistje door de ene dader, zodat het vervolgens door de andere dader buiten aannemen en vervoeren van dat kistje als heling kon worden beschouwd. () Voor de HR was beslissend dat het kistje, door het uit de kast nemen ervan, aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende was onttrokken. In overeenstemming hiermee besliste de HR bij arrest van 13 december 1977 (NJ 1978, 593) in het bekende geval van de op een luifel aan de buitenzijde van een gebouw geplaatste zak met camera's, dat daardoor de goederen aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende waren onttrokken en dat de wegneming dus was voltooid. Eveneens in overeenstemming hiermee - zij het niet de terminologie van de feitelijke heerschappij bezigend - is de beslissing van de HR van 7 november 1978 (NJ 1979, 100, m.nt. G.E.M.). De vraag was hier of het klaar zetten van ongeveer tien karretjes volgeladen met uit de vakken weggenomen pakken en potten koffie nabij (kennelijk niet: buiten) de uitgang van een supermarkt voldoende was om van voltooide wegneming te spreken. De A-G Kist was wel van oordeel dat de goederen aan de macht van de winkelier waren onttrokken en in de macht en het feitelijk bezit van de daders waren gebracht, maar de HR oordeelde dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat verzoeker de koffie had weggenomen in de zin van art. 310 Sr. Volgens de annotator kan men niet zeggen dat de feitelijke heerschappij van de eigenaar was verbroken; de koffie was nog niet buiten zijn invloedssfeer gebracht. Zo ook HR 2 december 1987, NJ 1987, 589: negen wielen van een opslagterrein halen en over de dubbele afrastering daaromheen buiten dat terrein brengen kan het oordeel rechtvaardigen dat de wielen aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende zijn onttrokken en dat de wegneming is voltooid. Hiermee is niet in strijd dat de wegneming van kleinere voorwerpen reeds kan zijn voltooid hoewel zij zich nog binnen de rechtssfeer van de rechthebbende bevinden (HR 27 oktober 1998, griffienr 108.280). Wie goederen uit een stelling van een winkel pakt en in zijn kleding opbergt ontneemt daardoor aan de rechthebbende wel de feitelijke heerschappij: deze kan door zo'n handelwijze immers niet dan met veel moeite controleren of de klanten rechtmatig in het bezit van de aan hem toebehorende voorwerpen zijn. In de praktijk huldigt men dezelfde opvatting ten aanzien van het meenemen van voorwerpen in een zelfbedieningswarenhuis buiten de afdeling waar de kassa voor die afdeling staat, ook al draagt men die voorwerpen zichtbaar bij zich. Ook dan is het immers ten opzichte van het merendeel der klanten onheus om hen te vragen of zij de kassabon willen laten zien, waaruit blijkt dat zij de meegevoerde voorwerpen hebben afgerekend. Hoewel de voorwerpen zich nog binnen de rechtssfeer van de rechthebbende bevinden is deze door een degelijke handelwijze de feitelijke zeggenschap erover kwijt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a27e7a7911fcc5ff1595b380d9015be70c93b46be1c13a7d4370632d2c9cd130. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a27e7a7911fcc5ff1595b380d9015be70c93b46be1c13a7d4370632d2c9cd130, en de alinea staat in dat document op bytes 7935 tot 11078.