Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1271.
Ter terechtzitting in hoger beroep van 22 mei 2001 heeft de raadsman van verdachte gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat in deze zaak de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden zondanig is overschreden dat niet kan worden volstaan met een eventuele strafvermindering, gelet op het tijdsverloop tussen de dies a quo (10 januari 1995) en de behandeling en berechting in eerste aanleg, het tijdsverloop tussen het instellen van hoger beroep en de behandeling en berechting in hoger beroep en gelet op de duur van de procedure als geheel. Een en ander klemt te meer nu verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b05cce2ee0e139ff9cbb9c88b9065b65f61772fdee60c2de690e0177d94b889a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b05cce2ee0e139ff9cbb9c88b9065b65f61772fdee60c2de690e0177d94b889a, en de alinea staat in dat document op bytes 6317 tot 7144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b05cce2ee0e139ff9cbb9c88b9065b65f61772fdee60c2de690e0177d94b889a | shasum -a 256