Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1304.

2.7. De rov. 2.8 - 2.10 passen in dit kader. In essentie komt 's hofs oordeel erop neer dat het risico dat MPH tot executie van de aandelen zou overgaan op een tijdstip en een wijze zoals in werkelijkheid is geschied in de gegeven omstandigheden voor [verweerder] niet was te voorzien. Dit blijkt zowel uit rov. 2.9 ("... evenmin dat [verweerder] daarmee redelijkerwijs rekening had kunnen of behoren te houden") als uit rov. 2.10 ("[verweerder] had redelijkerwijs niet behoeven te voorzien dat ..."). Het hof heeft niet een onjuiste maatstaf voor aansprakelijkheid gehanteerd. Het resultaat van de beoordeling aan de hand van deze maatstaf berust uiteindelijk op een waardering van de feiten die, als zodanig, in cassatie niet ter beoordeling staat. De motivering kan de beslissing dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb84375c082c7c78b1fd77f4044465c1d9a5a6018020773efb58f6b4de4a3ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb84375c082c7c78b1fd77f4044465c1d9a5a6018020773efb58f6b4de4a3ce, en de alinea staat in dat document op bytes 33708 tot 34511.