Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1305.
3.14. Er moet in cassatie dus van uitgegaan worden dat het hof op die stellingname acht mocht slaan. Nu het hof in het licht van deze late maar toelaatbare stellingname de oorspronkelijke eis alsnog kon afwijzen en het vonnis kon vernietigen,(7) en nu dit alles geschied is niettegenstaande het verlangen van We Netherlands (in het principaal appel) tot bekrachtiging, kan men tot geen andere conclusie komen dan dat We Netherlands in het principaal hoger beroep in het ongelijk is gesteld. Volgens de hoofdregel van art. 56, lid 1 (oud) Rv. brengt dit mede dat We Netherlands in de kosten van dat appel behoorde te worden veroordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3f64a910c5a3fa932c8dcdb1c602984f38778d6c5eba38c855a61b6bd1e793b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3f64a910c5a3fa932c8dcdb1c602984f38778d6c5eba38c855a61b6bd1e793b, en de alinea staat in dat document op bytes 22658 tot 23307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3f64a910c5a3fa932c8dcdb1c602984f38778d6c5eba38c855a61b6bd1e793b | shasum -a 256