Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1414.
2.4 Deze door de minister aangehaalde aanbeveling van de Commissie-Wind hield in dat voor het regiem van hoger beroep van tussenvonnissen diende te worden gezocht naar de parallel met artikel 429n lid 3 Rv. De commissie was van oordeel dat tussentijds appel in beginsel ongewenst is, omdat dergelijke appellen de voortvarende afwikkeling van de procedure verstoren(12). Omdat de commissie zowel de start als de afronding van een civiele procedure zo doelmatig wilde laten verlopen dat zo spoedig mogelijk tot een verantwoorde beslechting van het geschil kan worden gekomen, en het verband werd gelegd tussen de aldus geschetste doelstelling van de commissie en de eis van art. 6 EVRM dat behandeling en beslissing van een zaak binnen redelijke termijn hun beslag moeten hebben gekregen, kwam de commissie tot deze aanbeveling(13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c16243f8dcb4c9b39a003288b693d44e0f257117a418a5a280bf2d2b5fb3d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c16243f8dcb4c9b39a003288b693d44e0f257117a418a5a280bf2d2b5fb3d7, en de alinea staat in dat document op bytes 13875 tot 14718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64c16243f8dcb4c9b39a003288b693d44e0f257117a418a5a280bf2d2b5fb3d7 | shasum -a 256