Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003
Alinea 246 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1486.
2.74 De klachten onder 11.2 en 11.3 zijn - hoewel gepresenteerd als motiveringsklachten - gebaseerd op de gedachte dat de ondernemingskamer gehouden is aan te geven aan welke bevindingen uit de twee verslagen zij de meeste waarde hecht en dat de ondernemingskamer daarbij dient aan te geven op grond waarvan zij andere bevindingen niet overneemt. De beoordeling van de onderzoeksverslagen is aan de ondernemingskamer voorbehouden, zij het dat die beoordeling in cassatie wel op begrijpelijkheid kan worden getoetst. Ik acht die beoordeling niet onbegrijpelijk, mede in het licht van de omstandigheid dat het tweede onderzoek ten opzichte van het eerste een aanvullende karakter draagt, waarin het accent op de inhoud (en niet zozeer het totstandkomen) van het besluit ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91110f083e00b412b5f822279b8731f47b39516eb08e5cd8cc0f16aef6a2641a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91110f083e00b412b5f822279b8731f47b39516eb08e5cd8cc0f16aef6a2641a, en de alinea staat in dat document op bytes 110997 tot 111783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91110f083e00b412b5f822279b8731f47b39516eb08e5cd8cc0f16aef6a2641a | shasum -a 256