Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1563.

2) Voorafgaand aan de onderhavige bodemprocedure heeft tussen partijen een kortgeding-procedure in twee instanties plaatsgevonden. Daarin vorderde eiseres tot cassatie (verder te noemen: [eiseres]) dat verweerster in cassatie (verder te noemen: de Stichting) zou worden veroordeeld om schriftelijk haar medewerking te bevestigen aan verkoop van het appartement door [eiseres] aan derden-kopers, onder de voorwaarde dat het verschil tussen het door de Stichting geboden bedrag ad ƒ 437.000 en de feitelijk te innen netto verkoopsom onder een door [eiseres] aan te wijzen notaris rentedragend zou worden aangehouden totdat er een onherroepelijke uitspraak dan wel een schikking zou zijn over het in de kortgeding-dagvaarding omschreven geschilpunt. Nadat deze vordering door de President was afgewezen, is zij door het gerechtshof in appel alsnog toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d, en de alinea staat in dat document op bytes 6366 tot 7237.