Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1563.

5) Bij vonnis van 4 januari 2001 heeft de rechtbank te Zutphen de vorderingen van [eiseres] afgewezen. De rechtbank oordeelde dat noch de toetsing van het beding aan art. 6:233 onder a (volgens welke bepaling een onredelijk bezwarend beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is) noch - in het geval het beding als kernbeding kan worden aangemerkt - de toetsing aan artikel 6:248 lid 2 BW (volgens welke bepaling het beding niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn) tot de conclusie kan leiden dat het beding toepassing mist. Het voorkeursrecht en het daaraan gekoppelde prijsbeding zijn, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval niet onredelijk bezwarend dan wel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten, aldus de rechtbank. Om dezelfde reden is volgens de rechtbank van nietigheid van de bedingen wegens strijd met de openbare orde geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d, en de alinea staat in dat document op bytes 11184 tot 12282.