Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1563.
"4.2 Allereerst ligt thans ter beoordeling voor de vraag of het voorkeursrecht van de stichting met daaraan gekoppeld het prijsbeding, van welke bedingen [eiseres] de nietigheid heeft ingeroepen op basis van artikel 6:233 aanhef en sub a BW, moet worden aangemerkt als een algemene voorwaarde als bedoeld in artikel 6:231 sub a BW of als een kernbeding in de zin van artikel 6:231 sub a slot BW. Het hof is van oordeel dat het beding een kernbeding is. In het kader van de overeenkomst tussen partijen kon en kan de stichting immers slechts langs de weg van deze bedingen bewerkstelligen dat zij haar hierboven onder 3 vermelde doelstelling (blijvend) kan realiseren. Weglating van het voorkeursrecht zou tot gevolg hebben dat het appartement op de vrije markt aan een ieder zou kunnen worden verkocht, zonder dat de stichting daarop enige invloed zou kunnen uitoefenen. Ook personen buiten de doelgroep van de stichting zouden dan bewoner van een appartement als hier aan de orde kunnen worden. Door middel van het prijsbeding beoogt de stichting te voorkomen dat, indien de prijzen voor onroerende zaken op de vrije markt blijven stijgen, ouderen die financieel minder draagkrachtig zijn, als gevolg daarvan niet in staat zullen zijn om een appartement als hier aan de orde te verwerven. Zonder prijsbeding zou dus het risico bestaan dat de groep van ouderen, aan wie de stichting huisvesting kan bieden, op voor haar onaanvaardbare wijze zou worden beperkt. Aldus is duidelijk dat het voorkeursrecht met het daaraan gekoppelde prijsbeding voor de stichting een zodanig essentieel onderdeel vormt van de met de vader van [eiseres] gesloten overeenkomst dat moet worden aangenomen dat de stichting de overeenkomst zonder dit beding niet zou zijn aangegaan. Het feit dat, zoals [eiseres] heeft aangevoerd, de stichting al in het kader van de besprekingen over de te sluiten koopovereenkomst heeft aangegeven dat over dit beding niet kon worden onderhandeld, is met het bovenstaande in overeenstemming. In welke mate de stichting ingevolge de overeenkomst met de vader van [eiseres] ervoor diende in te staan dat aan deze al dan niet desgevraagd zorg zou worden geboden, is in dit verband niet van doorslaggevende betekenis. Niet betwist is dat, gelijk de stichting heeft gesteld, aan de bewoners van de appartementen allerlei vormen van zorg konden worden geboden, die ook expliciet zijn vermeld in de tegelijkertijd met de hiervoor bedoelde overeenkomst tussen partijen gesloten zorgovereenkomst."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d, en de alinea staat in dat document op bytes 15298 tot 17809.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d | shasum -a 256