Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1563.

10) Het onderdeel klaagt er naar mijn mening terecht over dat het hof aldus heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het bepaalde in artikel 6:231 onder a ("met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven"). Zoals uit de parlementaire geschiedenis van die bepaling blijkt, dienen objectieve maatstaven te worden gehanteerd bij de beoordeling of sprake is van een kernbeding (Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1566). Niet bepalend is of partijen zelf het beding tot kernbeding bestempelen (t.a.p.). Evenmin is van belang of het beding een voor de gebruiker belangrijk punt regelt (Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1527 en 1566). Dat geldt ook als het gaat om een voor de gebruiker zó belangrijk punt dat hij zonder het beding de overeenkomst niet zou zijn aangegaan. Dat is immers een subjectieve maatstaf. Zie in dezelfde zin Mon. Nieuw BW B-55 (Hijma), nr. 14 (p. 17), waar wordt opgemerkt dat partijen niet aan de werking van afdeling 6.5.3 zullen kunnen ontkomen door in het contract op te nemen dat een bepaald beding voor hen dermate essentieel is, dat zij bij gebreke ervan de overeenkomst niet zouden hebben gesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98699c76fb9e7b0831e179d0b033f6dc5668ca0c0659fbfbd1afd6be9bebc25d, en de alinea staat in dat document op bytes 17829 tot 19010.