Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1568.

3.4 De besproken wetsgeschiedenis levert tegenstrijdige aanwijzingen op. Het (uiteindelijk verworpen) amendement Weekers was ingegeven door de vrees dat in een situatie waarin de eigenlijke betekening overeenkomstig de EG-betekeningsverordening niet had plaatsgehad, de rechter de aanlegger niet-ontvankelijk zou kunnen verklaren, zelfs als de verweerder zou zijn verschenen. De minister achtte het amendement (met een kennelijk beroep op HR 27 juni 1986, NJ 1987, 764, m.nt. WHH) overbodig, omdat het systeem ook zonder de voorgestelde bepaling "rond zou lopen". Zijn opmerkingen zullen de vrees bij de indiener van het amendement niet hebben weggenomen. Volgens de minister was het beter niet in een uitdrukkelijke wetsbepaling te voorzien, omdat onzeker is of de EG-betekeningsverordening toelaat "dat de aanlegger in alle gevallen veilig kan afwachten of de verweerder verschijnt en pas als dat niet het geval is moet overgaan tot verzending overeenkomstig de verordening". Gelet op deze onzekerheid, was het volgens de minister onwenselijk in de wet te suggereren dat die ruimte bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6c15a4d9838f7563443a3a0453285054d43c95899aafc0f0c924b7cd210ac3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6c15a4d9838f7563443a3a0453285054d43c95899aafc0f0c924b7cd210ac3f, en de alinea staat in dat document op bytes 19938 tot 21043.