Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1797.

2.2 Over deze klacht valt ter inleiding het volgende te zeggen. Krachtens art. 2:355 lid 1 BW kan de Ondernemingskamer op verzoek van de oorspronkelijke verzoekers, één of meer van de in art. 2:356 BW genoemde voorzieningen treffen, indien uit het enquêteverslag van wanbeleid is gebleken. De Hoge Raad overwoog omtrent het begrip wanbeleid in zijn Ogem-beschikking(5) dat de wetgever bewust heeft afgezien van het opnemen in de wet van een omschrijving van dat begrip, nu dit wordt gebruikt in een betekenis die niet van het spraakgebruik afwijkt en de rechter voor elk afzonderlijk geval moet beslissen of de gemaakte beleidsfouten zo ernstig zijn dat van wanbeleid moet worden gesproken. De Hoge Raad stelde zich achter de invulling die de Ondernemingskamer aan het begrip wanbeleid had gegeven door te toetsen aan elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Hij oordeelde voorts dat ook incidenteel handelen wanbeleid kan opleveren, hetgeen 'met name' het geval is wanneer dat handelen ernstige gevolgen voor de onderneming heeft gehad. De Hoge Raad verwierp de stelling dat van wanbeleid slechts kan worden gesproken, indien daarvan schade het gevolg is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be41c122746d60a58a31120eb24efa236cb8f5260fb963095db4beff47505ac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be41c122746d60a58a31120eb24efa236cb8f5260fb963095db4beff47505ac2, en de alinea staat in dat document op bytes 16206 tot 17393.