Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Alinea 134 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1882.
5.15 Nu van een Lornoy-effect in casu mijns inziens geen sprake is (al zou naar streng recht wellicht verwezen moeten worden voor feitelijk onderzoek daarnaar), is het heffingsdeel van de algemeen verbindend verklaarde Regeling mijns inziens geen onderdeel van de eventuele steun en hoefde zij dus niet gemeld, noch getemporiseerd te worden. Er is geen zichtbare wanverhouding tussen de bijdragen aan de financiering van de eigen doos sigaren en de trekkingsrechten uit die eigen doos. Nu u echter in de meer malen genoemde zaak Pearle (NJ 2002, 534) reeds prejudicieel de vraag gesteld heeft (onder 1, laatste vraag) of bij sigaren uit eigen doos van belang is dat het nut van de uit de heffing te financieren bestemming min of meer gelijk over de bedrijfstak is verdeeld, kan het aanbeveling verdienen ook in de zaak Compaxo c.s. het Luxemburgse antwoord af te wachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b, en de alinea staat in dat document op bytes 72620 tot 73504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b | shasum -a 256