Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1882.

7.1 Ik meen dat het principale middel gegrond is. Met betrekking tot het alsdan aan de orde komende incidentele middel meen ik dat redelijkerwijze niet betwijfeld hoeft te worden dat geen sprake is van staatsmiddelen in de zin van art. 87 EG-Verdrag, zodat de litigieuze (algemeen-verbindendverklaring van de) Regeling niet aan de EG-Commissie gemeld hoefde te worden en het incidentele beroep mitsdien gegrond is. Ik concludeer daarom primair tot vernietiging van het vonnis van de Rechtbank in zowel het principale als het incidentele beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b, en de alinea staat in dat document op bytes 77910 tot 78468.