Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1882.

4.4 Indien wij er niettemin veronderstellenderwijs van uitgaan dat het litigieuze heffings- en uitkeringscircuit er toe geleid kan hebben dat bepaalde ondernemingen in de sector bevoordeeld zijn boven andere, zodat er "steun" te onderkennen valt, rijst de vraag of die steun aan de Staat kan worden toegerekend. De overwegingen van de Rechtbank moeten zo worden begrepen dat aan het element "Staat" is voldaan. Hiertegen is de eerste klacht gericht. De tweede is ertegen gericht dat de Rechtbank niet aanstonds op grond van het ontbreken van de inzet van staatsmiddelen heeft geoordeeld dat van staatssteun geen sprake is. Aangezien uit de hierna te bespreken jurisprudentie van het HvJ EG blijkt dat steun slechts aan een Staat kan worden toegerekend indien hij uit staatsmiddelen is bekostigd, kunnen beide klachten gezamenlijk worden behandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0506cc7bb9af8cc39dcaf02fdf783e1e7f8f17e23e03ee811061bd4a28af65b, en de alinea staat in dat document op bytes 28070 tot 28930.