Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1891.
7) Of de rechter aan stellingen van een procespartij voorbij mag (of zelfs moet) gaan, en daarmee dus die stelling niet in zijn oordeel mag, respectievelijk moet betrekken, is een vraag die zich in civiele procedures met grote regelmaat aandient. Met een zekere regelmaat moet het zich dan ook voordoen dat die vraag - in positieve of negatieve zin - wordt beantwoord, zonder dat de rechter daaraan veel aandacht besteedt (althans: zonder dat daarvan uit de motivering van de beslissing blijkt). Toch gaat het hier om een probleem dat enkele van de meest wezenlijke aspecten van (burgerlijk) procesrecht raakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8, en de alinea staat in dat document op bytes 8789 tot 9412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8 | shasum -a 256