Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1891.

8) Aan de ene kant staat daarbij, dat procespartijen mogen verlangen dat de rechter de geschillen die zij hem voorleggen beoordeelt. Een noodzakelijk uitvloeisel daarvan is, dat de rechter rekening moet houden met datgene wat de partijen hebben aangevoerd. Alleen als de rechter dat doet - dus: rekening houdt met wat de partijen met betrekking tot hun geschil hebben aangevoerd - kan immers gesproken worden van een beoordeling van het geschil, zoals partijen dat aan de rechter hebben voorgelegd. Men kan dit wel de essentie noemen van het recht op toegang tot de rechter, of van het recht op "fair trial", zoals dat impliciet aan het procesrecht in zijn geheel ten grondslag ligt, maar ook expliciet tot uitdrukking komt in bepalingen als art. 19 en art. 23 Rv ("nieuw") en art. 6 van het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8, en de alinea staat in dat document op bytes 9451 tot 10261.