Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1891.

14) Ik denk dat, tegen het licht van de gang van zaken in deze procedure zoals ik die zojuist beschreef(10), niet mag worden aangenomen dat [eiser], door in dat late stadium de onderhavige materie aan de orde te stellen, in strijd handelde met de goede procesorde, en/of zijn wederpartij - die nog op de betreffende akte gereageerd heeft (en die, voeg ik toe, zich er daarbij niet op heeft beroepen dat [eiser] zich met het inbrengen van de desbetreffende stellingen buiten de (proces)orde zou hebben begeven) - voor ontoelaatbare hindernissen heeft geplaatst. Het Nederlandse (burgerlijke) procesrecht schept nu eenmaal de ruimte - en werkt misschien zelfs een beetje in de hand - dat het partijdebat over vorderingen om schadevergoeding-bij-staat pas in een vergevorderd stadium van de procedure tot ontwikkeling komt(11). Daarmee is slecht te verenigen dat men van partijen verlangt dat die tijdig met relevante stellingen naar voren komen. Dat heeft veel weg van geven en nemen tegelijk - een handelwijze die rechtens zelden aanvaardbaar is(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8, en de alinea staat in dat document op bytes 16408 tot 17471.