Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1891.

16) Ik zou menen dat er dan geen ruimte is voor het oordeel dat [eiser] de betreffende stellingen niet meer mocht aanvoeren, en dat althans nadere motivering behoefde, hoe de afweging waarbij (impliciet) anders kan zijn geoordeeld, tot stand is gekomen. En daarmee ben ik aangeland bij de uitkomst warmee ik in alinea 10 hiervóór ben begonnen. Ofwel de in cassatie bestreden beslissing is onverenigbaar met de hiervóór verdedigde beschouwingen, ofwel het hof heeft over het hoofd gezien wat [eiser] in het laatste processtuk over zijn schade (nader) heeft aangevoerd. In beide gevallen kan het aangevochten oordeel niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d96902d309a0a053e5952d064019ff982840e1eeaadd682762f0c18efe02e8, en de alinea staat in dat document op bytes 18239 tot 18893.