Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1906.
5.14 Met name de overwegingen in r.o. 35 en 36 - het Hof van Justitie spreekt over een onafhankelijke onderneming - bevestigt mijn hiervoor reeds geuite vermoeden dat de term "tak van bedrijvigheid" trekken vertoont van het Nederlandse materiële ondernemingsbegrip. In zijn jurisprudentie op het terrein van het mededingingsrecht heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat een onderneming is: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd.(55) Een economische activiteit is in het mededingingsrecht iedere activiteit bestaande in het aanbieden van goederen en diensten op een bepaalde markt.(56) Of een eenvoudige transponering van deze mededingingsrechtspraak naar de Fusierichtlijn mogelijk is, valt niet met zekerheid te zeggen, maar deze rechtspraak biedt op zijn minst een gefundeerde aanwijzing omtrent de uitleg van het door het Hof van Justitie gebezigde ondernemingsbegrip.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d, en de alinea staat in dat document op bytes 88528 tot 89499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d | shasum -a 256