Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1906.
6.4 Voorzover wordt betoogd dat het Hof ten onrechte betekenis heeft toegekend aan de in juni 1998 genomen beslissing tot beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, heeft te gelden dat deze omstandigheid redengevend, maar niet (zelfstandig) dragend is geweest voor 's Hofs oordeel dat geen sprake was van de overdracht van een zelfstandig ondernemingsdeel. Het overigens door het Hof feitelijk vastgestelde en overwogene kan zijn beslissing zelfstandig dragen. Het middelonderdeel ontbeert in zoverre derhalve feitelijke grondslag, nu het uitgaat van een onjuiste lezing van 's Hofs uitspraak. Voorzover wordt betoogd dat het Hof ten onrechte de situatie op het civielrechtelijke overdrachtsmoment en niet de toestand op het fiscale overgangstijdstip beslissend heeft geacht voor zijn oordeel over de overgedragen "activiteiten", gaat het middelonderdeel uit van een onjuiste rechtsopvatting, nu noch in de tekst van de wet, noch in de wetsgeschiedenis, noch elders rechtens relevante argumenten voorhanden zijn voor een aanknoping bij een ander moment dan het civielrechtelijke overdrachtstijdstip.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d, en de alinea staat in dat document op bytes 96597 tot 97708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d | shasum -a 256