Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1906.

5.7. De inspecteur verwijst in de beschikking van 13 januari 1999 naar artikel 14, vierde lid, van de Wet. In de bestreden uitspraak verwijst de inspecteur naar artikel 14 van de Wet, zonder verdere aanduiding. In de brief van de staatssecretaris van Financiën van 29 juli 1999 wordt verwezen naar artikel 14, vierde lid, van de Wet. De opmerking namens belanghebbende ter zitting van 24 april 2001 dat het in geding zijnde verzoek betrekking heeft op de toepassing van artikel 14, vierde lid, van de Wet is door de inspecteur niet weersproken. De vraag of het verzoek van belanghebbende betrekking heeft op een overdracht als bedoeld in het tweede dan wel het vierde lid van artikel 14 van de Wet is tussen partijen ook overigens niet in geschil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d, en de alinea staat in dat document op bytes 13063 tot 13824.