Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1906.

5.9. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende aan AA B.V. niet een zelfstandig deel van een onderneming heeft overgedragen en dat op deze grond niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 14, vierde lid, van de Wet. Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat wel sprake is van een overdracht die kwalificeert voor de toepassing van artikel 14, vierde lid, van de Wet. Waar uit de tekst van artikel 14, vierde lid, van de Wet volgt dat het in geschil zijnde verzoek afkomstig dient te zijn van - in casu - belanghebbende en AA B.V. gezamenlijk, gaat het Hof bij de hierna volgende beoordeling van het geschil voorshands voorbij aan de vraag of zulks, bezien ook in samenhang met de brieven van belanghebbende gericht aan het Ministerie van Financiën, voldoende tot uiting is gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d, en de alinea staat in dat document op bytes 14263 tot 15122.