Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1906.

Dijstelbloem maakt overigens een onderscheid tussen het ondernemingsbegrip van het toenmalige art. 14, eerste lid, Wet Vpb. 1969, waarin werd gesproken van de overdracht van een onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan in het kader van een fusie, en het ondernemingsbegrip van het toenmalige art. 14, tweede lid, Wet Vpb. 1969, waarin de overdracht buiten het kader van een fusie was geregeld. Omdat het fusiebegrip van art. 14 Wet Vpb. 1969 dezelfde inhoud had als art. 40 Wet IB 1964 (oud) en de Hoge Raad aan het daarvoor relevant ondernemingsbegrip een materiële invulling had gegeven,(21) gold dat vennootschappen die geen onderneming in materiële zin dreven geen beroep konden doen op art. 14, eerste lid, Wet Vpb. 1969, aldus Dijstelbloem. Voor een beroep op art. 14, tweede lid, Wet Vpb. 1969 kwamen deze vennootschappen echter wel in aanmerking, omdat daarvoor voldoende was dat een onderneming in formeel-juridische zin werd gedreven.(22)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d, en de alinea staat in dat document op bytes 39180 tot 40151.