Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1906.
4.8 De beperkte betekenis van art. 2, vijfde lid, Wet Vpb. 1969 voor de toepassing van art. 14 Wet Vpb. 1969 bestaat hierin dat deze fictie niet impliceert dat de lichamen als bedoeld in art. 2, eerste lid, onderdelen a, b en c, Wet Vpb. 1969 steeds een onderneming drijven. De fictie houdt slechts een vermogensetiketteringsvoorschrift in. Ik wijs op HR 17 december 1980, BNB 1981/29, waarin de Hoge Raad overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d, en de alinea staat in dat document op bytes 47241 tot 47669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/568a609f505c2cd3dee5991d9944377c56e4a8f71f11913e37c823963486040d | shasum -a 256