Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1909.

11. Eén van de voorwaarden voor het in Nederland tenuitvoerleggen van een straf die in het buitenland (aan een Nederlandse onderdaan) is opgelegd is dat het buitenlandse gewijsde een feit betreft dat ook naar Nederlands recht strafbaar is. Dat wordt geacht het geval te zijn indien krachtens de Nederlandse wet eenzelfde inbreuk op de Nederlandse rechtsorde als door de buitenlandse rechter bewezen werd verklaard strafbaar is, vgl art. 3, eerste lid sub c, en tweede lid Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). Dezelfde eis is gesteld in art. 3, eerste lid onder e, van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (Trb 1983, 74, Trb 1987, 163 en Trb 1995, 193): "Een gevonniste persoon kan overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht; (...) indien het handelen of het nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken een strafbaar feit oplevert naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging of een strafbaar feit zou opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd (...)".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c354e39da3287ee98ccc156c2e9bbe20a519909fb3b2b709ef4d14640e99147. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c354e39da3287ee98ccc156c2e9bbe20a519909fb3b2b709ef4d14640e99147, en de alinea staat in dat document op bytes 10874 tot 11978.