Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1909.

14. Bij overname van de tenuitvoerlegging van een door een buitenlandse rechter opgelegde straf is het legaliteitsbeginsel niet in volle omvang aan de orde. Wèl zal voorkomen moeten worden dat de aangezochte Staat wordt gedwongen mee te werken aan de strafrechtelijke sanctionering van een gedraging die deze Staat zelf buiten het bereik van de strafwetten wenst te houden. Daartoe volstaat de vaststelling dat het in het buitenlandse vonnis bewezenverklaarde feit in de aangezochte Staat strafbaar is op het moment waarop tot overname van de strafexecutie wordt beslist. Daarnaast dient de exequaturprocedure er uiteraard toe te verzekeren dat de ten uitvoer te leggen straf in overeenstemming is met nationale voorschriften en opvattingen. Overname van de tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis houdt evenwel niet in dat in de aangezochte Staat (de Staat van tenuitvoerlegging) een straf op het feit wordt gesteld. Dat is geschied in het buitenlandse vonnis, dat zijn rechtskracht behoudt. Van een schending van nationale voorschriften zoals art. 1, eerste lid, Sr kan derhalve geen sprake zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c354e39da3287ee98ccc156c2e9bbe20a519909fb3b2b709ef4d14640e99147. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c354e39da3287ee98ccc156c2e9bbe20a519909fb3b2b709ef4d14640e99147, en de alinea staat in dat document op bytes 13249 tot 14366.