Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1909.

3. Dat middel komt op tegen het oordeel van de Rechtbank dat de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar kan worden verklaard voor wat betreft het 'witwassen'. Er wordt gewezen op een uitspraak van de Rechtbank te 's Gravenhage, gepubliceerd in NJ 2002, 453. In navolging van het in die uitspraak overwogene wordt betoogd dat aan uitlevering in de weg moet staan dat, indien verzoeker - die Nederlander is - in België ter zake van dit feit wordt veroordeeld en de Belgische autoriteiten uitvoering geven aan de reeds gedane toezegging verzoeker terug te leveren voor het in Nederland ondergaan van de opgelegde straf, de rechter in de dan volgende exequatur-procedure gedwongen zou worden om in strijd met het legaliteitsbeginsel een straf te bepalen voor een feit dat in Nederland niet strafbaar was op het moment waarop het werd begaan. Uit de overgelegde stukken volgt dat het feit vóór december 1997 is begaan, terwijl de daarop betrekking hebbende Nederlandse strafbepaling, art. 420bis Sr, eerst op 14 december 2001 in werking is getreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c354e39da3287ee98ccc156c2e9bbe20a519909fb3b2b709ef4d14640e99147. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c354e39da3287ee98ccc156c2e9bbe20a519909fb3b2b709ef4d14640e99147, en de alinea staat in dat document op bytes 4984 tot 6054.