Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.

43. Dat standpunt acht ik, kennelijk evenals de advocaat-generaal bij het Hof, verdedigbaar. Mij dunkt dat de steller van de tenlastelegging de zaken nodeloos heeft gecompliceerd door niet (achter het gebruikelijke 'althans') op te nemen dat de verdachten, zo zij niet volledig op de hoogte waren van de wijze waarop de voorziening getroffen zou worden en van het gevolg daarvan, in ieder geval wisten dat er bij een Oostenrijkse dochteronderneming van Nedlloyd onregelmatigheden waren vastgesteld en dat de vennootschap zich daardoor genoodzaakt zag maatregelen te treffen die een nadelige en aanmerkelijke invloed op de bekend te maken resultaten zouden hebben. Ook ten aanzien van de andere twee bijzonderheden is in de tenlastelegging geen rekening gehouden met een voorkennis die niet precies de nadien bekend gemaakte feiten betrof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 42911 tot 43763.