Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.
45. Tegen het ruime bereik van de strafbaarstelling door deze beperkte eisen aan de wetenschap van de verdachte, reeds vóór de wijziging van het huidige art. 46 Wte 1995 bij de (hierna nog te noemen) Wet van 26 maart 1998, zijn in de literatuur bezwaren opgeworpen, onder meer door de steller van de middelen ('De vederlichte bewijslast van misbruik van voorwetenschap', NJB 1996, p. 1805 e.v.). Nu het de verklaarde wil van de wetgever is dat voor strafbaarheid slechts bepalend is of de verdachte zich bewust is geweest of heeft moeten zijn van het vertrouwelijke karakter van de hem bekend geworden gegevens, en de koersgevoeligheid daarvan naar objectieve maatstaven moet worden bepaald, meen ik evenwel dat de onderhavige tenlastelegging aldus kan worden uitgelegd dat daarin als de derde bijzonderheid betreffende Nedlloyd die verzoeker en zijn mededader bekend is geworden is vermeld dat in verband met de onregelmatigheden bij Nedlloyd Road Cargo in Oostenrijk een belangrijke eenmalige last bekend gemaakt zou worden, terwijl van deze bijzonderheid een nadere beschrijving is gegeven teneinde duidelijk te maken dat het - naar objectieve maatstaven - een koersgevoelig gegeven betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 44989 tot 46199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8 | shasum -a 256