Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.
Naar mijn inzicht laten de overwegingen ten aanzien van het bewijs zich voorts aldus verstaan dat het Hof bij de vaststelling van de bijzonderheden waarvan verzoeker op de hoogte moet zijn geweest belang heeft toegekend aan het tijdsverloop, waarbij als volgt is geredeneerd. Uit de omstandigheid dat verzoeker en [medeverdachte] de aankoop van de putopties op 25 november 1995 hebben besproken en terstond daarna opdracht hebben gegeven de opties te kopen heeft het Hof afgeleid dat de bijzonderheden hen omstreeks 25 november 1995 bekend zijn geworden. Nu dat tijdstip slechts enkele dagen vóór de bekendmaking van het persbericht was gelegen is aannemelijk geacht dat verzoeker en de medeverdachte op de hoogte zijn gekomen van de bijzonderheden die Nedlloyd bekend zou gaan maken, ofschoon niet vastgesteld kan worden of die kennis alle gegevens betrof die in dat persbericht zijn geformuleerd, dan wel beperkt was tot een gedeelte daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 50771 tot 51731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8 | shasum -a 256