Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.
64. Het negende middel komt op tegen de bewezenverklaring dat verzoeker wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de bijzonderheden (waarmee hij volgens de bewezenverklaring bekend is geweest) niet openbaar waren en niet zonder schending van een geheim buiten de kring van geheimhoudingsplichten konden komen of waren gekomen. Hiertegen wordt aangevoerd dat die wetenschap of dat ernstig vermoeden aangaande het geheime karakter van de informatie op geen enkele wijze uit de bewijsmiddelen valt af te leiden. Ook wordt betoogd dat de bewezenverklaring (in navolging van de tenlastelegging) niet consistent is (ik begrijp: een ontoelaatbare gevolgtrekking bevat), omdat de wetenschap of het ernstig vermoeden ten aanzien van het niet-openbare karakter van de informatie is gebaseerd op, of afgeleid uit, de omstandigheid dat zij pas later openbaar werd gemaakt. Gesteld wordt dat uit het (objectieve) gegeven dat informatie nog niet openbaar gemaakt was niet kan volgen dat de verdachte zich daarvan (subjectief) bewust is geweest of had moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 55907 tot 56970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8 | shasum -a 256