Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.

72. Het voorschrift dat "andere geschriften" alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen tot het bewijs kunnen bijdragen is opgenomen omdat deze geschriften "den grond harer betrouwbaarheid niet in zich zelve dragen", vgl. Melai, Wetboek van Strafvordering, art. 344, aant. 8 (suppl. 59). Wat meer eigentijds uitgedrukt: "andere geschriften" bevatten niet noodzakelijk de aanknopingspunten voor het vaststellen van de betrouwbaarheid van de inhoud (en de auteur) ervan die de in art. 344, eerste lid onder 1o tot en met 4o Sv genoemde geschriften wèl vertonen. Om dat manco te compenseren moet in de overige bewijsmiddelen op enigerlei wijze een bevestiging zijn te vinden van hetgeen in het "andere geschrift" is weergegeven. Het komt mij evenwel voor dat uit art. 344, eerste lid onder 5o Sv niet voortvloeit dat in minstens één van de overige bewijsmiddelen (niet zijnde een "ander geschrift") een rechtstreekse en uitdrukkelijke bevestiging te vinden moet zijn ten aanzien van het onderdeel van de bewezenverklaring waarop het "andere geschrift" betrekking heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 63362 tot 64460.