Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.

8. Het eerste middel bevat de klacht dat het Hof voor het bewijs redengevend heeft geacht dat verzoeker geen verklaring heeft kunnen geven voor zijn motieven om de in de tenlastelegging bedoelde transacties aan te gaan. Gesteld wordt dat het Hof zodoende, in strijd met het stelsel van (strafvorderlijk) bewijsrecht en met art. 6 EVRM, in het bijzonder de presumptio innocentiae, van verzoeker heeft gevergd dat deze een verklaring voor het aangaan van de transacties zou geven die aannemelijk maakt dat er geen sprake is geweest van voorwetenschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 16649 tot 17211.