Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.
11. De strafrechter heeft in beginsel de vrijheid om in zijn waardering van de bewijsmiddelen te betrekken dat de verdachte voor een daaruit af te leiden, voor het bewijs redengevende, omstandigheid geen verklaring heeft gegeven waardoor die omstandigheid haar redengevendheid verliest, vgl HR NJ 1997, 584. Ook de waarborgen die art. 6 EVRM een verdachte toekent verhinderen "in situations which clearly call for an explanation of the accused" de rechter niet voor het bewijs betekenis toe te kennen aan het achterwege blijven van zo een, aannemelijke, verklaring, vgl EHRM, NJ 1996, 725.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 17751 tot 18354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8 | shasum -a 256