Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.

20. Niettemin zal de rechter mogen vaststellen dat de omstandigheden waaronder een effectentransactie werd aangegaan de stellige indruk wekken dat de verdachte daarvoor een bijzondere aanleiding heeft gehad, en dat het buitengewoon onwaarschijnlijk is dat de verdachte die aanleiding niet zou kunnen noemen. Dergelijke omstandigheden kunnen er bijvoorbeeld in gelegen zijn dat de verdachte zich nog niet eerder met een dergelijke effectentransactie had beziggehouden, op snelle uitvoering van de transactie heeft aangedrongen, of de transactie op opmerkelijke wijze heeft gefinancieerd. Indien zulke omstandigheden zijn aan te wijzen kan het achterwege blijven van een aannemelijke grond voor een bepaalde koersverwachting, dunkt mij, bijdragen aan het oordeel dat de verdachte de transactie heeft bewerkstelligd terwijl hij bekend was met (eerst nadien openbaar gemaakte) bijzonderheden betreffende het fonds.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 24019 tot 24942.