Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.
26. In het vijfde middel wordt er over geklaagd dat uit de tot bewijs gebezigde verklaringen van [medeverdachte] in het geheel niet blijkt dat hij ten tijde van de transactie op de hoogte was van de in de bewezenverklaring opgenomen 'bijzonderheid' (in de zin van art. 31a Wte (OUD)) betreffende de dochteronderneming in Oostenrijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 28461 tot 28806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8 | shasum -a 256