Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1924.
40. Die uitleg van de door [medeverdachte] afgelegde verklaring komt mij niet onbegrijpelijk voor. Ik merk op dat zich bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken drie processen-verbaal bevinden betreffende onderzoek naar berichten die met betrekking tot Nedlloyd zijn verschenen in het weekblad Beleggers Belangen en de dagbladen Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad. De teksten van die berichten zijn als bijlagen bij de processen-verbaal gevoegd. In die berichten (die het gehele jaar 1995 bestrijken) is tot 30 november 1995 geen enkele negatieve vermelding van een dochteronderneming van Nedlloyd in Oostenrijk te vinden. Mij dunkt dat het Hof het als hoogst onaannemelijk kon beschouwen dat in deze media geen melding zou zijn gemaakt van ongunstige berichten omtrent een buitenlandse dochteronderneming van Nedlloyd indien die media daarvan (bijvoorbeeld vanuit het buitenland) kennis hadden gekregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8, en de alinea staat in dat document op bytes 40555 tot 41482.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd93ef8212b671c48d945b30de1b1049a78a503b43561e4cfca2ddfa26382c8 | shasum -a 256