Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2003

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1926.

4. In de toelichting op de middelen wordt aangegeven dat het Hof op oneigenlijke gronden heeft bevolen tot heropening van de zaak in de zin van art. 346, eerste lid Sv, nu niet is gebleken dat het onderzoek ter terechtzitting onvolledig was en de zaak na heropening van het onderzoek ter terechtzitting niet meer inhoudelijk is behandeld. De werkelijke reden voor heropening zou zijn gelegen in het feit dat het Hof in verdachtes strafzaak niet krachtens art. 345 Sv binnen veertien dagen arrest kon of wilde wijzen, maar gelijktijdig uitspraak wilde doen in de zaken tegen verdachte en de medeverdachten, wier zaken ruim twee maanden later nog verder inhoudelijk moesten worden behandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd400412cea7b24b7d3998fbb8de799b45e1bbda944748f640039d45dee715b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd400412cea7b24b7d3998fbb8de799b45e1bbda944748f640039d45dee715b9, en de alinea staat in dat document op bytes 4949 tot 5651.