Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1929.

7. Daar staat tegenover dat de benadeelde partij haar vordering op verzoeker heeft aangemerkt als een voorschot op de vergoeding van immateriële schade. De steller van het middel wijst daar terecht op. Uit de omstandigheid dat de voormalige werkgever van verzoeker een hoger bedrag heeft uitgekeerd dan in dit strafproces is gevorderd volgt daarom nog niet noodzakelijk dat die betaling grondslag heeft in een andere aansprakelijkheid dan die waarop de vordering van de benadeelde partij in deze strafprocedure betrekking heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d32bf8fce809cbae9fb91c52ef5222044fbe5f9b276ece00dc641e47bfc450. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d32bf8fce809cbae9fb91c52ef5222044fbe5f9b276ece00dc641e47bfc450, en de alinea staat in dat document op bytes 7248 tot 7791.