Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1929.

8. Het middel kan naar mijn oordeel geen doel treffen voor zover wordt betoogd dat reeds de bovengenoemde mededeling van de raadsman grond had moeten zijn de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Het is denkbaar dat een betere onderbouwing van die stelling, aan de hand van relevante stukken, en een eventueel weerwoord van de benadeelde partij het mogelijk maken op eenvoudige wijze vast te stellen of de door de voormalige werkgever van verzoeker gedane betaling strekt tot vergoeding van dezelfde schade waarop de in dit strafproces gedane vordering betrekking heeft. Het oordeel of de gegrondheid van de vordering voldoende eenvoudig is vast te stellen is aan de feitenrechter voorbehouden. Daaromtrent kan in cassatie niets worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d32bf8fce809cbae9fb91c52ef5222044fbe5f9b276ece00dc641e47bfc450. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d32bf8fce809cbae9fb91c52ef5222044fbe5f9b276ece00dc641e47bfc450, en de alinea staat in dat document op bytes 7811 tot 8602.