Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1931.
11. Onder "aanranding" in de zin van art. 41 lid 1 Sr begrijpt de Hoge Raad in HR 2 febr. 1965, NJ 1965, 262, m.nt. W.P niet alleen "gedragingen welke kunnen worden beschouwd als een feitelijke aantasting van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed " alsmede "gedragingen welke een onmiddellijk dreigend gevaar voor zodanige aantasting opleveren". Onder die "feitelijke aantasting" moet het beperken van iemands bewegingsvrijheid mede worden begrepen(1). In HR 17 dec. 1996, NJ 1997, 262 werd immers overwogen: "Nu het slachtoffer zonder eigen recht de verdachte in haar bewegingsvrijheid beperkte, terwijl de verdachte dit uitdrukkelijk niet wilde en meermalen had verzocht haar los te laten, was op dat moment ten aanzien van de verdachte reeds sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van haar lijf, zoals bedoeld in art. 41, eerste lid, Sr." NLR, aant. 5 op art. 41 Sr, meent dat in het begrip "aanranding" ligt opgesloten dat de aantasting tegen iemands wil geschiedt, althans dat de aantasting een zo overrompelend effect heeft dat de rechthebbende geen gelegenheid heeft "zich eventueel akkoord te verklaren".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6, en de alinea staat in dat document op bytes 10450 tot 11605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6 | shasum -a 256