Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1931.

13. Ik heb mij nog afgevraagd of de verwerping van het beroep op noodweer door het Hof ook zo kan worden gelezen dat in het oordeel van het Hof besloten ligt dat ook de beperking van de bewegingsvrijheid van verdachte voorbij was toen hij het bewezenverklaarde feit pleegde. De onder de bewijsmiddelen opgenomen verklaring van het slachtoffer houdt immers in dat verdachte met een ruk opstond, zich met zijn vrije hand - dat moet zijn linker hand zijn; WHV - krachtig van haar losmaakte en haar toen met zijn geboeide rechter hand vol in het gezicht sloeg. Het Hof heeft echter vastgesteld dat het slachtoffer verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit vasthield. De beperking van verdachtes bewegingsvrijheid door het slachtoffer was dus - nog los van de vraag of die beperking al niet in het geboeid zijn van de rechter hand moet worden gezien - ten tijde van het bewezenverklaarde feit niet geëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6, en de alinea staat in dat document op bytes 12505 tot 13431.