Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1931.

18. Hoewel bedoelde Terwee-bijlage spreekt van het "geheel of gedeeltelijk" vergoed zijn van de materiële schade, neemt dit niet weg dat dit verweer de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de materiële schade in de kern raakt. Immers, heeft de verzekering de vermogensschade vergoed, dan bestaat deze niet meer en valt deze ook niet meer van de pleger van een onrechtmatige daad te vorderen. Daarom had het Hof niet stilzwijgend aan dit verweer voorbij mogen gaan. Zie HR 14 april 1998, NJ 1998, 675 en HR 16 jan. 2001, NJB 2001, blz. 358, nr. 40, waarin de Hoge Raad eist dat op doorgaans minder vergaande verweren tegen de civiele vordering als beroepen op "medeschuld" en "eigen schuld" wordt ingegaan. In HR 25 okt. 2002, LJN AE4364, NJB 2002, blz. 2066, nr. 171 spreekt de Hoge Raad in een civiele zaak van het grondbeginsel van een behoorlijke rechtspleging, dat elke rechterlijke beslissing ten minste zodanig moet zijn gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Aan die eis voldoet de beslissing op de vordering van de benadeelde partij in het licht van het gevoerde verweer niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6, en de alinea staat in dat document op bytes 14539 tot 15767.