Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1931.
23. Wordt volstaan met louter verwijzing naar een los, niet nader door de griffier geïdentificeerd of gewaarmerkt stuk in het dossier dan bestaat het gevaar dat niet duidelijk is of de in het dossier aanwezige pleitnota de pleitnota is die de griffier ter terechtzitting heeft vergeleken met het daadwerkelijk gevoerde pleidooi en waarop hij de door de raadsman ter terechtzitting gemelde verbeteringen en aanvullingen heeft aangebracht. Hoewel ik besef dat de door het Hof gevolgde werkwijze administratieve voordelen heeft, meen ik dat de te vrezen onduidelijkheden daar aan in de weg staan. Deze onduidelijkheden brengen mee dat onzekerheid kan ontstaan over de vraag wat wordt gedekt door in art. 327 Sv voorgeschreven ondertekening van het proces-verbaal van de terechtzitting door de voorzitter en de griffier. Daarom voldoet het proces-verbaal van de terechtzitting in casu niet aan de eisen van art. 326 en 327 Sv. Ook op deze grond moet het arrest van het Hof worden vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6, en de alinea staat in dat document op bytes 17182 tot 18183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ab98ec6f8dd61f7742e2afa621f8325e13d12188b93515114ee92740f8979b6 | shasum -a 256