Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1965.

9. In beginsel is het dus niet uitgesloten dat gedogen van kleinhandel meebrengt dat de daarbij verkregen inkomsten bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel buiten beschouwing worden gelaten. Hieraan wordt in de toelichting op het middel voorbijgegaan als wordt gesteld dat in ieder geval zonder nadere motivering volstrekt onduidelijk is waarom de voordelen uit vermeende gedoogde handel niet mede aan de in elk geval wederrechtelijk geachte overige bezigheden van verdachte kunnen worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8de6b8b2401b81c2f53888a506556e1ddf2f2959bccb9cd4e686f0c767b2a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8de6b8b2401b81c2f53888a506556e1ddf2f2959bccb9cd4e686f0c767b2a1, en de alinea staat in dat document op bytes 10709 tot 11242.