Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1965.
11. In de toelichting op het middel wordt geklaagd over het oordeel van het Hof dat noch op basis van het onderliggende dossier in de strafzaak, noch op basis van het strafrechtelijk financieel onderzoek voldoende bewijs naar voren is gekomen dat in de bewezenverklaarde periode bij de verkoop van softdrugs in coffeeshop "Black Widow" door [betrokkene] de grenzen als gesteld bij het AHOJ-G gedoogbeleid zijn overschreden. Daartoe wordt in het middel een beroep gedaan op feiten die niet door het Hof zijn vastgesteld, zoals de sluiting van de coffeeshop door de gemeente onmiddellijk na aanhouding van [betrokkene]. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. Voor het overige is het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk en kan het als van feitelijke aard in cassatie niet verder ten toets komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8de6b8b2401b81c2f53888a506556e1ddf2f2959bccb9cd4e686f0c767b2a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8de6b8b2401b81c2f53888a506556e1ddf2f2959bccb9cd4e686f0c767b2a1, en de alinea staat in dat document op bytes 11994 tot 12812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa8de6b8b2401b81c2f53888a506556e1ddf2f2959bccb9cd4e686f0c767b2a1 | shasum -a 256